“Genetica wordt belangrijker in het hele zorgtraject van diagnose tot behandeling“

“We zijn in de positie dat we iets unieks kunnen neerzetten. Uniek in alle opzichten. Met de Academische Alliantie zijn we de grootste klinisch genetische afdeling van Nederland; in staat om op elke aandachtsgebied te innoveren. Het is geen enkel ander ziekenhuis gelukt om samen te werken zoals Maastricht en Nijmegen. Uiteindelijk is het de patiënt die hierbij het meest te winnen heeft.” Dat zegt prof. dr. Wendy van Zelst-Stams, sinds 18 augustus 2023 afdelingshoofd Klinische Genetica. Zij nam het stokje over van prof. dr. Han Brunner die met pensioen ging. 

Wendy van Zelst-Stams

Wendy van Zelst-Stams was al op het VWO gefascineerd door de wetten van Mendel (erfelijkheidsleer) en de proefjes met kruisingen van genen bij fruitvliegjes. “Klinische genetica kwam ook dichtbij omdat een broer van mijn vader en een neef op jonge leeftijd aan een mogelijke genetische aandoening zijn overleden.” Toch raakte het onderwerp tijdens de geneeskundestudie op de achtergrond. “Tijdens mijn opleiding tot arts (Erasmus MC, Rotterdam) kwam klinische genetica amper aan bod. Na mijn opleiding ging ik aan de slag op de kinderafdeling van het ziekenhuis in Gorinchem. Een regio met in verhouding veel zeldzame genetische aandoeningen. Eens per maand was er een spreekuur van de klinisch geneticus. Hier werd ik opnieuw gegrepen.” 

Wendy promoveerde op genetische en biologische kenmerken van acute lymfatische leukemie, de meest voorkomende vorm van kanker bij kinderen. “Na mijn promotie kwam een opleidingsplek voor een klinisch geneticus vrij in Maastricht. Vanaf dag één wist ik, dit is mijn vak!” Zij is gespecialiseerd in erfelijke kanker. 

DNA-first

“Ik zie altijd mogelijkheden om de zorg te verbeteren en slimmer te organiseren”, vertelt Wendy. “We zien de zorgvraag alsmaar toenemen en daarmee wordt ook de noodzaak om anders en slimmer te werken groter. In de Academische Alliantie is dan ook veel aandacht voor innovatie. DNA-first is zo’n slim zorgvernieuwingsconcept. In plaats dat de huisarts of behandelaar een patiënt doorstuurt naar de klinisch geneticus, vraagt de behandelaar zelf DNA-onderzoek aan. Het DNA-onderzoek kan zo sneller starten, er is eerder een uitslag en pas als blijkt dat er een erfelijke aanleg is, volgt een oproep voor het klinisch genetisch spreekuur. De klinisch geneticus ziet dus vrijwel uitsluitend patiënten met een verhoogd risico. Zo bieden we passende zorg en tegelijkertijd verkorten we de wachtlijsten. We doen dit nu voor borstkanker en dat loopt zo goed dat we onderzoeken of we dit voor patiënten met hart- en vaatziekten en met andere vormen van kanker kunnen gaan toepassen.” 

Begin bij de bron

Een ander voorbeeld zijn jonge kinderen met een ontwikkelachterstand. Wendy: “Via de kinderarts komen die terecht bij de algemeen of metabool kinderarts, de kinderneuroloog of klinisch geneticus in het academisch ziekenhuis. Iedereen doet onderzoek vanuit de eigen discipline; verschillende trajecten die niet altijd tot een duidelijke diagnose leiden. Wij zeggen nu: het merendeel van deze patiëntjes heeft een aandoening met een genetische oorzaak. Dus waarom richten we het niet efficiënter in en beginnen bij de bron. Richt één loket in waar de kinderarts naar kan verwijzen. We onderzoeken het bloed van de patiënt en van de ouders met een genetische sneltest. Vier weken later bespreken we de uitslag in het multidisciplinair overleg waar de algemeen of metabool kinderarts, de kinderneuroloog en klinisch geneticus bij aanwezig zijn. Afhankelijk van de uitslag bepalen we bij welke arts deze patiënt thuishoort. Deze kan dan de uitslag met de patiënt en ouders bespreken en het vervolg bepalen.” 

Verbetering diagnostiek

“Verbetering van het diagnostische traject levert niet alleen betere en snellere diagnoses op, het resulteert ook in het ontdekken van steeds meer ziekteverwekkende genetische varianten”, constateert Wendy. “Enerzijds zetten we daarom in op innovatie van diagnostische testen, tegelijkertijd willen we meer zicht krijgen op al die genetische varianten. Dat laatste wordt steeds belangrijker in relatie tot therapiekeuze. Waar we eigenlijk naar toe willen is dat we in de uitslag al een advies meegeven over het vervolgtraject. Zo neemt het belang van klinische genetica in het hele zorgtraject toe. Vroeger stonden we aan het einde van een traject, nu steeds vaker in het begin en dat is echt een radicale omwenteling. Op basis van de uitslag kunnen we bepalen naar welke behandelaar de patiënt in de eerste, tweede of derde lijn moet. Diagnostiek zou zo maar eens een soort triage voor het ziekenhuis kunnen worden.” 

Klinische genetica in de opleiding

Daarvoor is het wel belangrijk dat artsen in opleiding meer leren over klinische genetica. “Gelukkig zien we dat al gebeuren”, zegt Wendy. “Zowel in de bachelor, de master als in keuzecoschappen. We zetten nu vooral in op medisch-specialistische vervolgopleidingen omdat we willen dat specialisten meer weten over de meerwaarde van genetica in de zorg. Het zou mooi zijn als medisch specialisten in de toekomst meer basiskennis hebben en zelf de eerste interpretatie kunnen doen. Dan kunnen we behandelaren beter en gerichter ondersteunen en daar heeft de patiënt baat bij. Daarnaast zetten we steeds nadrukkelijker in op physician assistants (PA) en verpleegkundig specialisten. Een van onze PA’s heeft bijvoorbeeld een deelaanstelling bij Klinische Genetica en bij KNO. Bij KNO ziet zij kinderen met slechthorendheid en bekijkt of er aanleiding is voor genetische diagnostiek. Zo ja, zet zij die in, interpreteert mede de uitslagen en kan dus een selectie doen welke kinderen wel of geen baat hebben bij een bezoek aan de klinisch geneticus.” 

Klinisch geneticus als behandelaar

Het kan nog een stap verder als het aan Wendy ligt. “Want kan een klinisch geneticus niet ook behandelaar zijn voor bijvoorbeeld zeldzame genetische aandoeningen zoals het Noonan syndroom? Daarvan weten we nu dat je met een bepaalde medicatie kunt ingrijpen om problemen te voorkomen. Ligt die verantwoordelijkheid dan bij de kinderarts, bij de internist of mogelijk toch de klinisch geneticus? Een van onze klinisch genetici is gestart met een klinisch fellowship om dit nader te onderzoeken. Een ander pad dat we onderzoeken is het monitoren van patiënten met hoge risico’s op hart- en vaatziekten. Dat doet nu de cardioloog. Als de klinisch geneticus dit overneemt kan de cardioloog zich richten op mensen die al een aandoening hebben, terwijl de focus bij klinische genetica ligt op het traject daarvoor. Daarnaast zie ik op termijn een grotere rol voor klinische genetica bij bevolkingsonderzoek. Nu krijgt iedere vrouw boven de 50 de mogelijkheid een mammografie te laten maken, terwijl de risico’s die deze vrouwen lopen heel verschillend zijn. Door genetica toe te voegen aan het bevolkingsonderzoek maak je onderscheid en weet je dat een bepaalde groep misschien tien jaar eerder moet komen voor borstcontroles en een andere groep helemaal niet. Dat kun je natuurlijk op allerlei bevolkingsonderzoeken toepassen. Zo bezien krijgt genetica óók een steeds belangrijkere rol op het gebied van preventie.” 

Over de Academische Alliantie

Waar mogen we Wendy over tien jaar op aanspreken? “Het maximale aan samenwerking voor (klinische) genetica binnen de beide umc’s is behaald. Daarnaast hoop ik dat de samenwerking tussen Maastricht en Nijmegen werkt als een vliegwiel voor andere diagnostische afdelingen en we uiteindelijk allemaal samenwerken en integrale diagnostiek leveren. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: efficiënter, innovatiever en doelmatiger werken. Met het IZA in het achterhoofd is dat ook noodzakelijk. Hoe we dat gaan doen? In beweging blijven! Niet alles 100% uitdenken, 80% is ook goed. We weten waar we naar toe willen en als we onderweg merken dat route A toch minder goed werkt, dan nemen we route B. Als we maar blijven bewegen in de richting van het doel. Daar mag je mij op aanspreken!”

Over Wendy van Zelst-Stams

Wendy van Zelst-Stams woont in St. Michielsgestel, is getrouwd en heeft twee volwassen dochters. Naast haar werk als afdelingshoofd is zij voorzitter van de wetenschappelijke vereniging Klinische Genetica Nederland en binnen de NFU projectleider voor zeldzame aandoeningen. In deze rol heeft zij een beoordelingsprocedure opgezet om expertisecentra voor zeldzame aandoeningen te identificeren en leidt ze projecten om de registratie en infrastructuur rondom de zorg voor patiënten met zeldzame aandoeningen te verbeteren. 

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.