DNA-first: sneller, minder belastend en minder onnodige zorg

Als de behandelaar zelf DNA-onderzoek aanvraagt, in plaats van te verwijzen naar de klinisch geneticus, levert dat een snellere uitslag op. “DNA-first bespaart de patiënt een extra consult, het is minder belastend en mensen bij wie geen erfelijke aanleg voor borstkanker is aangetoond komen niet onnodig bij de klinisch geneticus terecht.” Aan het woord zijn Edward Leter en Maaike Haadsma, klinisch geneticus respectievelijk bij het Maastricht UMC+ en Radboudumc Nijmegen. 

DNA-first is bedoeld voor patiënten bij wie de diagnose borstkanker is gesteld. Maaike: “Als de vrouwen heel jong zijn, als er veel borstkanker in de familie voorkomt of als de patiënt een man is, geeft deze diagnose aanleiding tot erfelijkheidsonderzoek. Voorheen werden deze patiënten allemaal verwezen naar de klinisch geneticus waar ze vrijwel allemaal ‘ja’ zeiden tegen DNA-onderzoek. Bedenktijd was meestal niet nodig. Zo kwamen we op het idee de route te versimpelen. We zijn gestart met vier ziekenhuizen en vandaaruit hebben we DNA-first stap voor stap verder ontwikkeld en verbeterd.”

Aanpak

Hoe werkt ’t precies? Angela van Remortele, coördinator DNA-first bij het Radboudumc: “De behandelend arts of verpleegkundig specialist vult een speciaal aanvraagformulier in, compleet met de familiegeschiedenis van de patiënt, en laat bloed afnemen bij de patiënt. Het DNA-onderzoek kan zo sneller starten. Pas als blijkt dat er een erfelijke aanleg is, krijgt de patiënt automatisch een snelle oproep voor het klinisch genetisch spreekuur.” 

Ziekenhuis voor ziekenhuis

Angela: “We zijn begonnen met vier pilotziekenhuizen waarvan we verwachtten dat de behandelteams de aanpak zouden omarmen. Daarna hebben we de aanpak ziekenhuis voor ziekenhuis uitgebreid en inmiddels doen alle 22 ziekenhuizen in de regio Nijmegen-Maastricht mee. Het hele proces heeft best overtuigingskracht gekost, want dit gaat verder dan de behandelaar bellen en zeggen ‘regel het DNA-onderzoek voortaan maar zelf’. We hebben in elk ziekenhuis, vaak voor de hele mammapoli, voorlichting gegeven, per ziekenhuis de aanpak toegespitst op lokale logistiek en werkwijze, een DNA-first-website met informatie voor patiënten en verwijzers gebouwd, een zakkaartje met relevante informatie ontwikkeld evenals speciale formulieren.” Marjon Ortmans-Ploemen, coördinator DNA-first bij het Maastricht UMC+: “Waar veel centra tegenaan liepen, is dat het voor hen extra werk is. Er komt iets bij. We hebben ernaar gestreefd het proces voor het behandelteam zo goed mogelijk te stroomlijnen en zoveel mogelijk werk uit handen te nemen.” 

Angela van Remortele geeft uitleg over DNA-first aan artsen
Angela van Remortele (links) tijdens een voorlichtingssessie

Gestroomlijnd proces

Marjon: “Elk ziekenhuis heeft een vaste contactpersoon waarmee we regelmatig in contact zijn om te informeren hoe het loopt en waar we kunnen helpen en verbeteren. Lastig is dat niet elk ziekenhuis op exact dezelfde manier werkt. Soms doet de chirurg de intake, soms de verpleegkundig specialist, soms moet de uitslag naar de chirurg, in andere ziekenhuizen juist naar het laboratorium die de uitkomsten eerst in het EPD (digitaal patiëntendossier) zet. Bovendien zijn de EPD’s niet overal hetzelfde. Het was soms best een gepuzzel en elke keer waren er weer kleine verrassingen.” Angela: “Een probleem was bijvoorbeeld dat patiënten bij wie geen mutatie was geconstateerd de uitslag soms niet kregen, omdat ze niet meer terugkwamen bij de chirurg. Dat vonden we niet netjes. Daarom is besloten dat alle patiënten, met en zonder mutatie, een brief in begrijpelijke taal op het huisadres krijgen. Er is geen uitslaggesprek nodig, omdat we nu zeker weten dat iedereen de uitslag krijgt.”


Marjon Ortmans-Ploemen, DNA-first coördinator MUMC+
Marjon Ortmans-Ploemen

Het was soms best een gepuzzel en elke keer waren er weer kleine verrassingen.

Boost samenwerking regio

Een grote meerwaarde van DNA-first is dat de samenwerking in de regio een boost heeft gekregen. Maaike: “We zijn met alle ziekenhuizen een multidisciplinair overleg (MDO) gestart. Dat is een investering voor beide partijen, maar levert veel op. We bespreken samen de uitslagen en of er nog reden is om controleadviezen aan familieleden te verstrekken. Sinds kort schrijven wij vanuit klinische genetica alle patiënten met een normale uitslag een brief waarin we adviezen geven voor naaste familieleden zoals een dochter of zus. Dit zouden we normaal doen als de patiënt op consult was geweest en zo voorkomen we dat een deel van de zorg verloren gaat.” Edward vult aan: “Het klinisch genetisch bewustzijn op de mammapoli’s is sterk verhoogd en dat is ook een grote plus. De MDO’s hebben bovendien als meerwaarde dat er ruimte is om vragen te stellen over andere patiënten.” 

Edward Leter en Maaike Haadsma klinisch genetici
Dr. Edward Leter en dr. Maaike Haadsma

Afwijkende uitslag = verwijzing

Patiënten bij wie wel een mutatie is geconstateerd ontvangen een spoedoproep voor het klinisch genetisch spreekuur. “Zo behouden wij de regie”, zegt Maaike. “Met de zorgverzekeraars is afgesproken dat de afwijkende uitslag geldt als een verwijzing. We zorgen ervoor dat de oproep altijd na de uitslagbrief volgt.” “Het automatiseren van de verwijzingen was een omvangrijk en tijdrovend ICT-project”, zegt Angela. “Het is fijn dat dit nu soepel loopt, dat is een voorwaarde voor het succes van deze aanpak.” 

Administratieve last

Heeft de aanpak ook nadelen? Maaike: “De patiënten zonder mutatie (90%!) zien we niet meer op het spreekuur. Daarvoor in de plaats zijn veel (digitale) MDO’s gekomen; 90% van de patiënten met borstkanker zien we alleen nog maar op papier. We moeten er dus voor waken dat klinische genetica geen administratief vak wordt. Om de administratieve last zo laag mogelijk te houden, krijgen we sinds kort hulp van scribes, meestal geneeskundestudenten die in de wacht staan voor een coschap. Zij bereiden de MDO’s voor, zetten standaardbrieven klaar en nemen ons zo werk uit handen.”  


Dr. Maaike Haadsma, klinisch geneticus Radboudumc
Maaike Haadsma

Dat we samenwerken in de Academische Alliantie heeft positief bijgedragen.

Andere indicaties

DNA-first is een initiatief van de afdelingen Klinische Genetica in Maastricht en Nijmegen. “Dat we samenwerken in de Academische Alliantie heeft positief bijgedragen”, vindt Maaike. “We bestrijken zo een groter gebied en versterken elkaar. 

We gaan ditzelfde traject nu ook voor andere indicaties opzetten. We beginnen niet meer bij nul. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we met andere behandelaars in gesprek moeten. Zo zijn we momenteel bezig met het invoeren van DNA-first bij erfelijke hartspierziekte (cardiomyopathie). Het stramien staat weliswaar al, maar cardiologen zijn geen chirurgen, het is een totaal andere indicatie, de route is anders en er moeten andere vragen worden gesteld.”

Mariëlle Janssen, mammacare verpleegkundige Laurentius Ziekenhuis Roermond:

“Tijdens het oncologisch MDO worden patiënten nu bewuster besproken volgens richtlijn klinische genetica. Als er een indicatie is, kan de patiënt meteen bloedprikken binnen Laurentius Ziekenhuis Roermond. Dit gaat snel en efficiënt en de patiënt hoeft niet meer naar Maastricht te reizen. Het grote voordeel voor de patiënt is dat de uitslag er binnen 16 dagen is. Een heel goede kwaliteitsverbetering binnen het zorgpad. Als zorgprofessional bepaal je zelf wanneer je de uitslagen binnenhaalt en kan het behandeladvies, -plan sneller starten. Door het maandelijks MDO klinische genetica volgen er adviezen voor familieleden die ook voor het mammateam inzichtelijk zijn. DNA-first is een enorme (aan)winst voor mammateam Laurentius Ziekenhuis Roermond en de patiënt.”

Meer weten?

DNA-first is een zorgvernieuwingstraject van de afdelingen Klinische Genetica van het Maastricht UMC+ en Radboudumc Nijmegen in het kader van de Academische Alliantie Genetica. 

Maastricht UMC+ 
Klinische Genetica
T: 043 3875855
E: dna.first.kg@mumc.nl

Radboudumc
Klinische Genetica
T: 024 3613946 (optie 4)
E: dna-first.gen@radboudumc.nl

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.