Promotieonderzoek dilaterende cardiomyopathie Sophie Stroeks
Dilaterende cardiomyopathie (DCM) is een aandoening waarbij de hartspier verzwakt en de linkerhartkamer vergroot raakt, waardoor het hart minder goed bloed kan rondpompen. Tegenwoordig weten we dat DCM niet één ziekte is, maar een verzamelnaam voor verschillende vormen met elk hun eigen oorzaken en verloop. In dit proefschrift is onderzocht hoe genetische factoren bijdragen aan DCM, en hoe deze kennis kan helpen bij het verbeteren van diagnose, behandeling en zorg voor patiënten en hun families.
Een belangrijk deel van het onderzoek richt zich op het verbeteren van de genetische diagnostiek. Door aangepaste richtlijnen te gebruiken kunnen genetische varianten beter worden geïnterpreteerd, wat leidt tot een hogere diagnostische opbrengst en minder onduidelijke uitslagen. Deze bevindingen benadrukken het belang van zorgvuldig geselecteerde genpakketten en strikte classificatie van genetische varianten.
Daarnaast onderzoeken we waarom sommige mensen met een erfelijke aanleg wél DCM ontwikkelen, en anderen niet. Auto-immuunziekten blijken een uitlokkende factor bij mensen met een genetische kwetsbaarheid voor DCM. Verder blijkt dat patiënten met twee pathogene varianten in verschillende genen niet noodzakelijk een ernstiger ziekteverloop hebben dan dragers van één variant – een bevinding die eerdere aannames nuanceert.
Een ander deel van het onderzoek richt zich specifiek op TTN-geassocieerde DCM. Hieruit blijkt dat mitochondriële afwijkingen al in een vroeg stadium optreden, wat erop wijst dat de mitochondriën een mogelijke aangrijpingsplek kunnen vormen voor toekomstige behandelingen. Er is geen bewijs gevonden voor ongelijke expressie van het TTN-gen, wat suggereert dat schadelijke eiwitproducten van het defecte gen mogelijk bijdragen aan het ontstaan van de ziekte.
Sekse blijkt eveneens een belangrijke rol te spelen bij genetische DCM. Vrouwen hebben gemiddeld een gunstiger ziekteverloop, maar zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in onderzoek. Mannen dragen vaker TTNtv en ontwikkelen de ziekte op jongere leeftijd, terwijl bij vrouwen vaker varianten worden gevonden in DSP- en sarcomeergenen. Bovendien hebben mannen met genetische DCM, met name bij hoogrisico-genotypen zoals LMNA of desmosomale genen, een slechtere langetermijnprognose. Deze inzichten onderstrepen dat sekse als factor moet worden meegenomen in risicomodellen en screeningsstrategieën.
Tot slot laat dit proefschrift zien dat een 'genotype-first'-benadering – waarbij de genetische informatie het uitgangspunt vormt – leidt tot een duidelijkere risicostratificatie dan een benadering die uitgaat van het ziektebeeld alleen. Ook pleit het onderzoek voor genetisch gerichte familieonderzoeken en follow-up, wat zowel de effectiviteit als de efficiëntie van de zorg kan verbeteren.
Samengevat laat dit onderzoek zien dat DCM een genetisch complexe aandoening is die per persoon sterk kan verschillen. Door genetische informatie, omgevingsfactoren en sekseverschillen samen te bekijken, kunnen we toewerken naar een meer gepersonaliseerde en doelgerichte zorg voor patiënten met DCM.
Op 26 februari 2026 verdedigde Sophie Stroeks succesvol haar proefschrift 'The genetic landscape of dilated cardiomyopathy. Interpretation, penetrance, and clinical implications of genetic testing in the era of precision cardiology' aan de Universiteit Maastricht.
Promotoren: prof. dr. S.R.B. Heymans en prof. dr. A.V. Jones
Co-promotoren: dr. J.A.J. Verdonschot en dr. M. Nabben