DNA-diagnostiek bij erfelijke hartzieken: less is more

Onderzoekers van de afdeling Klinische Genetica hebben aangetoond dat het testen van meer genen bij erfelijke hartziekten niet altijd beter is. Internationale studies bevestigen dit. Het testen van relatief kleine, fenotype-specifieke genpanels blijkt de meest optimale aanpak.

Meer weten is niet altijd beter

Door het onderzoeken van relatief kleine genpanels - specifieke groepen genen - kan bij ongeveer twintig tot veertig procent van de patiënten met cardiomyopathieën en bij tien procent met ritmestoornissen een (waarschijnlijke) genetische oorzaak worden aangetoond. Het testen van meer genen leidt niet tot een hoger oplossingspercentage maar wel tot meer genetische varianten met een onduidelijke betekenis. Hoe gaan wij hiermee om in de genetische diagnostiek van erfelijke hartaandoeningen?  

Kleine genpanels

Omdat genetische varianten met een onduidelijke betekenis geen directe consequenties hebben voor de behandeling van de patiënt of diens familie wordt nog maar een beperkte groep bekende ziektegenen getest. Voor elk type erfelijke hartziekte bestaat een apart genpanel, zoals aangegeven op ons aanvraagformulier. Het betreffen (deels overlappende) genpanels voor aritmogene cardiomyopathie, dilaterende cardiomyopathie, hypertrofe cardiomyopathie, lange QT syndroom, ritme-/geleidingsstoornissen en Brugada syndroom. Ook voor aangeboren hartziekten bieden we een genpanel aan. Op deze manier wordt het aantal uitslagen met een onduidelijke betekenis significant verlaagd, terwijl het percentage opgeloste uitslagen vrijwel gelijk blijft.

Het grote hartgenpanel

Voor specifieke patiënten met een sterke verdenking op een erfelijke oorzaak van de cardiale aandoening bestaat de mogelijkheid om het grote hartgenpanel te testen. Dit uitgebreide panel omvat zowel de bekende als minder bekende hartziektegenen. Omdat we voor de analyse van al deze genpanels gebruikmaken van de WES-techniek (= whole exome sequencing, ofwel uitgebreid DNA-onderzoek waarbij alle bekende genen in één keer worden onderzocht) is het, net als voor alle andere WES-aanvragen, mogelijk meerdere genpanels tegelijkertijd aan te vragen. Zowel heel kleine veranderingen binnen een gen als structurele varianten kunnen in één assay worden gedetecteerd. Verder kan met WES relatief eenvoudig een gen aan een panel worden toegevoegd, wanneer er bewijs over een nieuw hartziektegen in de literatuur verschijnt. 

Wist u dat
  • DNA-diagnostiek op paraffine DNA van (plots) overleden patiënten mogelijk is? Gebruik het formulier 'Veiligstellen materiaal voor nader onderzoek'.
  • spoed diagnostiek met een uitslag binnen 15 werkdagen een optie is? Neem tevoren even contact met ons op. 
  • de aanvraagformulieren regelmatig worden geüpdatet onder andere als er nieuwe genen aan een genpanel worden toegevoegd?

Aanvraagformulieren

Intercollegiaal contact

 
Publicaties
  • Clinical impact of re-evaluating genes and variants implicated in dilated cardiomyopathy. Genet Med., 2021 Nov;23(11):2186-2193. Zie: Pubmed
  • Analysis of 51 proposed hypertrophic cardiomyopathy genes from genome sequencing data in sarcomere negative cases has negligible diagnostic yield. Genet Med., 2019 Jul;21(7):1576-1584. Zie: Pubmed
  • Reevaluating the Genetic Contribution of Monogenic Dilated Cardiomyopathy. Circulation, 2020 Feb 4;141(5):387-398. Zie: Pubmed

Het laboratorium van de afdeling Klinische Genetica MUMC biedt sinds 1998 DNA-diagnostiek aan voor erfelijke hartziekten. Dit begon met het testen van één of enkele genen per patiënt met traditionele technieken. Door de technologische ontwikkelingen en de identificatie van nieuwe ziektegenen werd overgestapt op het testen van groepen genen. Inmiddels is de kwaliteit, snelheid en prijs van exoombreed genetisch testen enorm geoptimaliseerd waardoor dit de gouden standaard is voor veel genetische diagnostiek. 

Sluit de enquête